Banken en voetballen

Eén van de grootste banken in ons land weigert voortaan betaaldvoetbalclubs. Het compliancerisico zou te groot zijn. Serieus beleid? Zo ja, wie en wat volgt? Of is het een opzetje?

Een paar weken geleden maakte de minister van Financiën een ‘plan van aanpak Witwassen’ bekend. Centraal in dat plan staat dat de financiële sector, banken en verzekeraars, zijn poortwachtersfunctie beter moet uitoefenen. Het is natuurlijk geen toeval dat prompt een grote bank (ja, u weet ook wel welke dat is, maar ik probeer het noemen van namen altijd zoveel mogelijk te vermijden) zich terugtrekt als bankier van clubs in het betaalde voetbal. Medewerkers van die bank mogen ook niet (langer) nevenfuncties in het betaald voetbal meer aannemen. Want: dit soort clubs zou ‘verhoogde tot onacceptabele risico’s op witwassen, corruptie, fraude en overige misstanden meebrengen’.

Als dat serieus beleid is, gaat die bank natuurlijk ook stoppen als sponsor van verschillende clubs uit het betaalde voetbal. Iets wat die bank nu nog doet! Geen bankzaken met een club willen doen, maar wel in de skybox je relaties ontvangen; dat gaat niet samen. Zo’n beleid houdt vervolgens niet op bij de Eredivisie en Eerste divisie. In het amateurvoetbal, zeker in de Tweede divisie, gaan ook de nodige geldstromen rond waarvan de herkomst nogal twijfelachtig is. Trouwens: hoe zit dat bij andere sporten waar veel sponsorgeld in omgaat en waar dikbetaalde sporters rondlopen? En vooral, áls het zo’n serieus probleem is dat een hele sector moet worden uitgesloten, zijn andere banken dan niet gedwongen te volgen?

Maar in de wandelgangen (oh, heerlijke wandelgangen) hoor ik wel dat er sprake zou zijn van een opzetje. Banken zijn de steeds strengere compliance-eisen, de druk en kritiek vanuit overheid en toezichthouders, en ook de boetes en negatieve publiciteit spuugzat. Bovendien kost het ze vele honderden miljoenen per jaar. Het ‘plan van aanpak Witwassen’ is de druppel. Tegelijk weten de banken: klagen helpt niet. Banken en in iets mindere mate verzekeraars, hoeven niet te rekenen op enig begrip van het grote publiek en dus ook niet van de politiek. Dat krediet is sinds de bankcrisis en de daarop volgende salarisschandalen wel verspeeld.

Dus: mogelijk heeft iemand de briljante gedachte gehad dat je het volk moet laten weten dat zijn spelen in gevaar komen. Zeker als het om voetbal gaat, ontstaat dan vanzelf een volksopstand, die de politiek en daarmee de toezichthouders op andere gedachten brengt. Menig stadsbestuur van betaaldvoetbalclubs die door megalomaan beleid in of over de rand van faillissement dreigden te komen, kan daarvan meepraten.

Iemand vroeg mij vorige week heel lief: zouden banken zo doortrapt zijn?

Advertenties

Beleidsregel Geschiktheid mist een vrouwenquotum

DNB en AFM hebben een gewijzigde Beleidsregel Geschiktheid ter consultatie aan de markt voorgelegd. Wat ik daarin mis is een vrouwenquotum.

De Beleidsregel Geschiktheid 2012 vormt het toetsingskader voor beleidsbepalers van financiële ondernemingen. De beleidsregel is ingevoerd na de bankencrisis, toen bleek dat die crisis mede was veroorzaakt doordat bepaalde beleidsbepalers eigenlijk niet zo ‘geschikt’ waren voor hun functie. Door een gebrek aan deskundigheid, belangentegenstellingen met andere functies, te weinig tijd voor een goede functie-uitoefening, maar zeker ook vanwege een te hoge neiging tot het nemen van risico’s. Aanpassing van de Beleidsregel is onder meer nodig om veranderingen in nationale en Europese wetgeving te verwerken.

Het zou mooi zijn als in de uiteindelijk gewijzigde Beleidsregel ook een vrouwenquotum wordt opgenomen. Al jaren blijft het aantal vrouwen in de top van financiële ondernemingen achter bij wat maatschappelijk als wenselijk wordt beschouwd. Nu is dat in andere sectoren in onze maatschappij ook het geval (en zo triest als bij de TU Eindhoven is het bij de meeste banken en verzekeraars nog net niet) maar juist in de financiële dienstverlening is er veel voor te zeggen dat ook de toezichthouders hier een taak hebben. Want één van de oorzaken dat de Beleidsregel Geschiktheid is ingevoerd, is toch juist dat het mannenwereldje dat de topfuncties uitoefent teveel haantjesgedrag vertoonde.

Belangrijke eigenschappen die gemiddeld genomen aan vrouwen worden toegeschreven, kunnen daar verandering in brengen. Denk aan wat meer risicoavers gedrag, zorgzaamheid en beter naar elkaar luisteren in plaats van alleen het eigen gelijk nog eens uitleggen. Maar dergelijk gedrag komt alleen tot zijn recht als het aantal vrouwen in die top niet ondergesneeuwd blijft. En ook om het gevaar te voorkomen dat de spaarzame vrouwen die er zijn, teveel mannengedrag gaan vertonen. Want mensen die in een groep functioneren (ongeacht of het mannen of vrouwen zijn) passen zich altijd in zekere mate aan de groepsnormen aan.

Hoewel het bij de toetsing van nieuwe beleidsbepalers altijd om het individu gaat, speelt de samenstelling van het team waarin dat individu moet functioneren een belangrijke rol. Daarom zegt het aftoetsen op het thema ‘geschiktheid’ van een beleidsbepaler niets over zijn of haar uiteindelijke kwaliteiten. Ook een voortreffelijke beleidsbepaler kan worden afgetoetst, simpel omdat hij niet past in het team of daaraan alleen kwaliteiten toevoegt die al in ruime mate aanwezig zijn. (Bij het aftoetsen op betrouwbaarheid ligt dat natuurlijk anders; dat kleeft wel aan.)

Kortom: het is nog een consultatievoorstel. Ik pleit voor een vrouwenquotum. Er lopen ruim voldoende heel geschikte vrouwen rond in deze branche.

DNB gaat hacken

De Nederlandsche Bank gaat proberen banken (en andere financiële instellingen) te hacken. Dat lijkt mij een goed plan.

Voor het geval u onverhoopt denkt dat er enige ironie in mijn kwalificatie verstopt zit en dat ik straks ga uitleggen waarom het juist geen goed plan zou zijn, moet ik u teleurstellen. Ik vind het echt een goed plan. Hacken lijkt mij een heel serieuze bedreiging voor de financiële infrastructuur en het is bij uitstek de taak van de DNB als toezichthouder om die te bewaken. Natuurlijk ligt de eerste verantwoordelijkheid om hacken te voorkomen bij de financiële instellingen zelf. Maar de praktijk leert dat – uit kostenoverwegingen – binnen bedrijven wel eens andere normen gelden dan de meest wenselijke. Dat geldt niet alleen voor de financiële sector.

Een andere reden waarom ik dit een goed plan vind, is omdat ik er van uitga dat DNB deze filosofie ook hanteert bij beslissingen over nieuwe toetreders in de financiële wereld. Want u weet: door alle fintechontwikkelingen staan er nogal wat nieuwe of potentieel nieuwe toetreders voor de deur van het financiële stelsel te dringen. Potentiële toetreders die vaak met elkaar gemeen hebben dat zij zo weinig mogelijk last willen hebben van de bestaande regelgeving. Die wordt gekarakteriseerd als ‘geschreven voor de oude wereld’ en als ‘belemmering voor innovatieve ontwikkelingen’.

DNB heeft, samen met de AFM, al een fintechcorner die kijkt in hoeverre bestaande regels voor nieuwe toetreders te knellend zouden kunnen zijn. Maar juist omdat deze potentiële toetreders een hoog fintechgehalte hebben, lijkt het hackrisico mij niet minder. Een goede reden om niet al te soepel te zijn met het in de praktijk uitproberen van nieuwe ontwikkelingen in greenfields, sandboxes, proeftuinen of andere fraaie (en verhullende) benamingen.

Ook de ontwikkelingen met cryptomunten tonen aan dat voorzichtigheid met fintech geboden is. In de euforie over almaar stijgende koersen van de bitcoin, ethereum, e.d. wordt nog wel eens vergeten dat ondanks alle mooie beloften ook de bewaarplaatsen daarvan gehackt kunnen worden. Zowel de zogenaamde cold wallets als hot wallets. Bij één zo’n hack (er zijn er meerdere geweest) zijn meer dan 850.000 bitcoins buit gemaakt, waarvan 750.000 van gebruikers. Tegen de huidige (15-11) koers is dat meer dan 4,5 miljard euro.

Voor dergelijke verliezen van gebruikers geldt géén depositogarantiefonds. Omdat de kosten voor een dergelijk garantiefonds voor rekening van de banken komen, en daarmee ook voor uw en mijn rekening, wil ik dat graag zo houden.

De Bovaggarantie

‘DNB haalt een streep door de Bovag-garantie’ zo kopt het FD vandaag. Dat heeft meer consequenties dan op het eerste gezicht lijkt.

Een consument heeft recht op een deugdelijk product. Een product behoort een bepaalde periode mee te gaan bij normaal gebruik. Dat is de zogenoemde wettelijke garantie of het conformiteitsbeginsel. Die garantieverplichting geldt dus ook voor elke garagehouder. Maar de bedoeling van Bovag-garagehouders is dat de Bovag-garantie méér biedt dan de wettelijke garantie. Anders zou de Bovag-garantie een lege huls zijn.

Zodra een garantie méér biedt dan de wettelijke garantie wordt het een verzekering: er is sprake van een overeenkomst, er wordt voldaan aan het onzekerheidsvereiste (gaat de auto gebreken vertonen?), er wordt geld voor betaald (premie) en er wordt een prestatie tegenover gesteld (eventuele reparatie en dus schadevergoeding). Dat DNB de Bovag-garantie als een verzekering beschouwt, is dus niet zo verwonderlijk. Verwonderlijker is waarschijnlijk dat DNB dat niet al veel eerder heeft laten weten.

De oplossing ligt voor de hand: garagehouders mogen het risico van de garantie niet meer in eigen hand houden, maar zullen een verzekeraar moeten vinden waar zij dit risico onderbrengen. Vervolgens kunnen zij in die garantieverzekeringen gaan bemiddelen. Dat lijkt op zich geen probleem nu praktisch alle garagehouders en autodealers toch al bemiddelen in autoverzekeringen en dus al (verbonden) bemiddelaar zijn. Maar daar voorzie ik twee problemen.

Het eerste probleem vloeit voort uit de Insurance Distribution Directive. Binnenkort regelt de Wft dat als een bemiddelaar bij een roerende zaak (zoals een auto) een verzekering wil meeverkopen, de klant die roerende zaak ook zonder verzekering mag kopen. Kortom: het automatisme dat de Bovag-garantie dan bij de koop hoort is weg. Terwijl Bovag-leden zich juist daarmee willen profileren.

Het tweede probleem zit in het onderscheid tussen ‘bemiddelen’ en ‘adviseren’. Want een garagehouder of autodealer mag de autoverzekeringen waarin hij bemiddelt niet aanbevelen aan de klant. Want dan is er sprake van ‘adviseren’. Daarvoor is naast een Wft-vergunning als adviseur ook het Wft-diploma Adviseur schadeverzekeringen (particulier en/of zakelijk) nodig. Dat diploma hebben verkoopmedewerkers van een autodealer of garagebedrijf niet (uitzonderingen daargelaten). Dus wordt – in elk geval in theorie – alleen informatie over de autoverzekering verschaft. De klant mag niet worden overgehaald zo’n verzekering te sluiten. Maar bij de garantieverzekering gaan die verkoopmedewerkers die klant natuurlijk juist wel overhalen. Want die garantieverzekering is nu net het extra dat de Bovag-garage te bieden heeft.

Ik snap DNB wel. Maar de garagehouders hebben er een probleem bij. En de AFM ook.

Toezichtkosten

Er is veel kritiek op het voornemen van Financiën om de toezichtkosten volledig voor rekening van de sector te laten komen. Ik kan mij veel bij die kritiek voorstellen. Toch heb ik een andere suggestie. Laat de sector alle toezichtkosten betalen; maar dan wel de echte toezichtkosten.

Want wat Financiën bedoelt met toezichtkosten en wat echt toezichtkosten zijn, zijn twee verschillende begrippen. De echte toezichtkosten zijn de kosten van DNB en AFM om de in de Wft vastgelegde taken uit te voeren. Denk aan de kosten om vergunningsaanvragen te beoordelen, om toe te zien op de naleving van regels en vergunningsvoorwaarden, betrouwbaarheids- en geschiktheidstoetsingen, opsporingsonderzoek als het vermoeden bestaat dat er iets mis is, het bijhouden van de registers, e.d.. Allemaal prima.

Maar als ik kijk naar wat DNB en AFM allemaal nog meer doen, dan kom ik nogal wat activiteiten tegen die niets met toezicht te maken hebben en waarvoor in de Wft geen enkele basis kan worden gevonden. Taken die de toezichthouders zelf bedenken en kennelijk onbeperkt kunnen bedenken, omdat zij alle kosten die zij maken toch kunnen afwentelen. Terwijl een dergelijke wetenschap juist tot terughoudendheid zou moeten leiden. En aldus worden er leidraden gemaakt op gebieden waar de wet bewust voor de open norm heeft gekozen (alsof brancheorganisaties dat niet kunnen), er worden marktonderzoeken uitgevoerd, er wordt geïnvesteerd in ‘proeftuinen’, ‘greenfields’ en ‘sandboxes’, geëxperimenteerd met nieuwe technologieën, er worden speeches gegeven (en gepubliceerd), gevraagd en ongevraagd voorstellen gedaan voor nieuwe wetgeving, gelobbyd en natuurlijk wordt de eigen organisatie uitbundig geprofileerd. ‘Het mag wat kosten want een ander betaalt ons feestje.’

U hoort mij ook niet zeggen dat al die andere activiteiten dan de echte toezichttaken (geheel) ontbloot zijn van enig maatschappelijk belang. Maar met het door de wet voorgeschreven toezicht hebben deze activiteiten niets te maken. Ik heb een paar jaar terug al eens bezwaar gemaakt tegen de oproep van de AFM aan geheel zakelijk Nederland om ‘misstanden’ op het gebied van zakelijk krediet bij haar te melden. U hoort mij niet zeggen dat er nooit iets mis gaat bij zakelijk krediet, maar de Wft geeft – en daar is vooraf echt over nagedacht – de AFM geen enkele bevoegdheid bij zakelijk kredieten.

Het lijkt mij heel redelijk als toezichthouders die andere activiteiten willen ondernemen dan hun wettelijke toezichttaken de kosten van die andere activiteiten transparant en realistisch begroten. Zeg maar: zich zelf een beetje houden aan de normen die zij zo graag aan anderen opleggen. En daar vervolgens zelf een financier voor vinden. Wil de minister dat DNB meedenkt over regelgeving? Prima minister, maar dat kost u wel geld. Als uw eigen ambtenaren het moeten doen, kost het u ook geld. Wil iemand een marktonderzoek door de AFM? Idem dito; TNS NIPO stuurt ook rekeningen. Ik ben heel benieuwd naar zo’n transparante begroting.

Een half miljard te weinig bedoelen ze!

U weet vast wel dat De Nederlandsche Bank (DNB) zich als toezichthouder ernstig zorgen maakt over het veel te lage niveau van de autoverzekeringspremies.

Dat lage premieniveau leidt al jarenlang tot structurele verliezen op de autoportefeuilles. Op een totale premieomvang van ruwweg 4 miljard euro leden autoverzekeraars in 2015 (de meest recente beschikbare cijfers) een verlies van ongeveer 8%. Dat is dus zo’n 320 miljoen euro negatief. Dat verlies op autoverzekeringen maken verzekeraars (althans dat proberen ze) goed in andere branches. Toch verhogen verzekeraars de premies voor autoverzekeringen maar mondjesmaat. De redenen: concurrentie, angst voor verlies van marktaandeel. Zoals verzekeraars wel eens ironisch zeggen: we gunnen onze concurrent het verlies niet.

Dat wetende is het zelfs niet grappig dat een verzekeraar een persbericht rondstuurt met de schokkende mededeling dat ‘de Nederlandse automobilist’ bijna een half miljard euro teveel betaalt voor zijn autoverzekering. Dat is dus 12% van de totale premie-omvang, die volgens deze verzekeraar teveel wordt betaald in plaats van 8% te weinig. Iemand is dus slecht in rekenen en ik vermoed dat dat niet DNB is. Over zo’n verzekeraar zou ik me als DNB zorgen maken. Terzijde: ook schokkend dat er verzekeringsbladen zijn, die een dergelijk onzinpersbericht kritiekloos overnemen.  Maar hé, we leven in tijden van alternatieve feiten en nepnieuws, dus wie kijkt er nu echt van op als een verzekeraar nepnieuws verspreidt?

Maar mij stoort het wel. Ik gun iedereen zijn reclamepraatje en een zekere mate van overdrijving is niet ongewoon bij reclame-uitingen. Maar er gaan al voldoende onzinverhalen over het verzekeringsbedrijf rond, zonder dat verzekeraars daar zelf actief aan bijdragen. Alleen al de bizarre uitspraak dat iemand in geval van totaal verlies niet meer krijgt dan de dagwaarde en dus ‘niets’ aan zijn cascoverzekering heeft, spreekt boekdelen. Dat is ronduit misleidende informatie. Kom op, AFM.

Ik durf wel te voorspellen dat de premies de komende jaren flink stijgen. Door druk van DNB, maar ook omdat de totale schadeomvang jaar op jaar toeneemt. Oorzaken: reparaties worden steeds duurder door allerlei technische ontwikkelingen (was vroeger een spatbord alleen van blik, tegenwoordig hangen die dingen vol met sensoren), meer en hogere kosten voor letselschaden en een sterke toename van klimaatschade ( zoals hagel).

Maar er komt een ommekeer: de zelfrijdende auto zal (ooit!) minder fouten maken dan de gemiddelde bestuurder. Misschien dat autoverzekeringen dan goedkoper worden. Moet het klimaat natuurlijk niet tegenzitten.

Waar blijft die Tuchtraad Verzekeringen?

Toen zo’n 1,5 jaar geleden de beroepseed voor financieeldienstverleners werd ingevoerd, kwam meteen de vraag naar voren of daar dan ook geen tuchtrecht bij hoort. Immers: een beroepseed is mooi, maar waar kan de klant terecht als hij meent dat zijn financieeldienstverlener zich er niets van aantrekt? Aan de bankenkant kwam er ook meteen een tuchtcollege, maar aan de kant van verzekeraars en intermediair is het nog erg stil.

Verzekeraars hebben weliswaar vrijwel meteen aangegeven dat zij al een tuchtcollege hebben, maar dat lijkt mij een vergissing. Want: zo’n tuchtcollege is er weliswaar, maar klanten kunnen niet bij dat tuchtcollege terecht. De ‘Tuchtraad Financiële Dienstverlening (Assurantiën)’, zoals dat tuchtcollege officieel heet, heeft op zijn website staan dat klachten alleen in behandeling worden genomen als zij door een ander dan de rechtstreeks belanghebbende worden ingediend. Bijvoorbeeld door een andere verzekeraar, de Ombudsman Pensioenen, de Letselschaderaad, een tussenpersoon of een advocaat. En dat is natuurlijk vreemd: juist de rechtstreeks belanghebbende zelf, de klant, degene wiens belang door de beroepseed zou moeten worden gediend, kan niet bij de Tuchtraad terecht. 

Ook aan de kant van het intermediair zou het mooi zijn als er een tuchtcollege zou komen. Daarbij realiseer ik me dat juist bij veel intermediairkantoren de gedachte leeft dat de beroepseed niets heeft veranderd, juist omdat het belang van de klant altijd al voorop stond. Maar even afgezien van de vraag of die gedachte wel juist is: dat zou juist een reden moeten zijn om een dergelijk tuchtcollege op te richten. Dan blijkt in de praktijk je gelijk wel.

Na ruim één jaar heeft het tuchtcollege bij de banken inmiddels een viertal uitspraken gedaan, waaronder één met een sanctie. Dat zijn nog niet veel uitspraken, maar dat komt ook omdat dit tuchtrecht géén terugwerkende kracht heeft en het behandelen van een klacht tijdrovend is. Bij tuchtrecht gaat het tenslotte niet meer om de vraag of er een voor de klant bevredigende oplossing kan worden gevonden. Daarvoor moet een klant bij het Kifid zijn (of een andere geschillenprocedure). Bij tuchtrecht gaat het erom of de (medewerker van de) financieeldienstverlener terecht wordt gewezen omdat hij zich niet integer heeft gedragen of de gedragsregels heeft geschonden. Daar past een zorgvuldige procedure van hoor en wederhoor bij.

Als het goed is zijn DNB en AFM verder aan het onderzoeken welke invulling financieeldienstverleners precies geven aan de beroepseed. Ik ben benieuwd of zij daarbij ook iets over de tucht in het verzekeringsbedrijf zeggen.